Artikel Weekblad Fiscaal Recht, 19 september 2019 | Prof. dr. ir. G.M. Nijssen & Prof. dr. L.G.M. Stevens

Het is een veelgehoorde klacht: “De belastingregels zijn niet meer uit te leggen.” In de financiële pers en diverse vakbladen verschijnen met grote regelmaat publicaties waarin gepleit wordt het stelsel en de regels voor de belastingheffing zodanig te vereenvoudigen dat ook de doorsnee belastingbetaler in staat is het voor hem relevante gedeelte van het achterliggende proces van inhouding, heffing en invordering van belastingen te begrijpen.

Dat is geen gemakkelijke opdracht. Het belastingstelsel is immers een getrouwe weerspiegeling van de samenleving. Het is daarom niet verwonderlijk dat de complexiteit van de samenleving en de diversiteit in de persoonlijke omstandigheden leiden tot een ingewikkeld belastingstelsel. Het getuigt van realisme als ernaar wordt gestreefd de hoognodige reparatie- en verbeteringsvoorstellen door te voeren zonder daardoor het belastingstelsel ingewikkelder te maken dan strikt nodig is. Per saldo zou dat, althans in relatieve zin, al een welkome vereenvoudiging betekenen.

Om grotere vereenvoudigingsstappen te kunnen zetten moeten de tot de verbeelding sprekende mogelijkheden worden verkend en benut die binnen de ICT-wereld zijn – en nog kunnen worden – ontwikkeld. Dat geldt niet alleen voor de uitvoering van de fiscale wetgeving, maar ook voor de totstandkoming ervan. Het betreft vooral de ontwikkeling van digitale hulpmiddelen die de belastingbetaler gemakkelijker door het belastingstelsel heen kunnen loodsen. Uiteraard kan deze digitalisering ook haar nut bewijzen voor de rechtspraak. Dat vraagt wel van wetgevingsjuristen en ICT-specialisten de bereidheid “out of the box” te denken en sommige ingesleten denkstructuren los te laten. Het is zaak te durven erkennen dat de bestaande en vertrouwde wetgevings- en uitvoeringstechnieken onvoldoende in staat zijn de overvloed aan data zodanig te ordenen en benutten dat dit de gewenste procesmatige kwalitatieve meerwaarde oplevert. De traditionele kaders van de wetgevingspraktijk hebben zo langzamerhand hun grenzen bereikt.

De bestaande en komende ICT-mogelijkheden kunnen in hoge mate dienstbaar zijn aan het proces van wetgeving en wetsinterpretatie. Ze kunnen fungeren als de helpende hand, maar behoren om daadwerkelijk succesvol te zijn, geen dwingende vuist te zijn. Automatisering en digitalisering zullen, zoals in alle technologische vooruitgangsprocessen noodzakelijk is, wel stevig moeten worden ingebed in onze ethische, rechtsstatelijke en maatschappelijke structuren.

Op het VHMF-symposium “Toekomstig toezicht: Van kramp naar kracht?” gaf Mariëtte Lokin een voorbeeld van dit vernieuwingsdenken door de wetgever te presenteren als een systeembeheerder. Er is een vertaalslag nodig van de wettelijke regels naar specificaties in de vorm van beslis- en rekenregels, naar gegevensspecificaties en uiteindelijk naar softwarecodes op basis waarvan ICT-systemen geautomatiseerde beslissingen kunnen nemen alsook adviezen en informatie kunnen geven. Dat is nu nog een complex en tijdrovend proces. Daarom is het nodig ons te verdiepen in de ontwikkelingsmogelijkheden en te investeren in innoverende “technieken” om te zorgen dat wetgeving ook in een ICT-gedreven omgeving (letterlijk) tot haar recht blijft komen.

In dit artikel beogen we te onderzoeken hoe ICT-ontwikkelingen dienstbaar kunnen zijn aan grootschalige processen, zoals de belastingheffing of de toekenning van inkomensgerelateerde uitkeringen, en tegelijkertijd toegevoegde waarde kunnen leveren aan de rechtsstatelijkheid van de rechtsbedeling. Daartoe zullen we de achtergronden verkennen en een analyse geven van de oorzaken die ten grondslag liggen aan de algemeen heersende opvatting dat de toepassing van ICT te eenzijdig gericht is op de efficiency van de uitvoeringsprocessen. We zullen mogelijkheden verkennen om via interdisciplinaire samenwerking van ICT’ers en fiscale professionals een bijdrage te leveren aan innovatieve ontwikkelingen in wetgeving en rechtstoepassing die de rechtsstatelijkheid van het overheidsoptreden dienen. We richten ons daarbij op het fiscale domein, maar de gekozen invalshoek geldt evenzeer voor de vele andere beleidsterreinen waarop de overheid zich heeft begeven.